De Belgische telecommarkt is concurrentiëler dan men denkt

De Belgische telecommarkt is concurrentiëler dan men denkt

Er gaat in België geen week voorbij zonder dat een politicus, een consumentenorganisatie of een operator een 'duopolie' op de markt van de vaste telecommunicatie aanklaagt. Dat duopolie zou de Belgische consumenten gevangen houden op een van nature inefficiënte markt, hen dwingen om hun diensten te duur te betalen, en innovatie belemmeren. De actoren van dat duopolie: Proximus op nationale schaal, Telenet in Vlaanderen en Voo in Wallonië.

Deze drie groepen zijn inderdaad de enige in hun regio met een vast netwerk, internet, vaste telefonie en tv. Tot de recente lancering (in maart 2016) van op wholesaleaanbiedingen gebaseerde producten op de kabelnetten, had de Belgische klant die een vaste verbinding wenste dus in de praktijk de keuze tussen twee netten en enkele kleinere concurrerende operatoren. Blijft de vraag of deze situatie minder innovatie en te hoge tarieven veroorzaakt, de intrinsieke problemen van een markt met een duopolie.

Felle concurrentie op de infrastructuur

Op technologisch vlak heeft België een van de modernste infrastructuren ter wereld (zie ons artikel 'Need for speed: 'Vlaanderen pioniert en zal dat blijven doen'): volgens de laatste cijfers van het BIPT, de Belgische regulator van de sector, heeft meer dan 95,5 % van de bevolking breedbandtoegang tot het internet. De downloadsnelheden van de Belgische infrastructuren behoren eveneens tot de hoogste ter wereld.

Telenet en Proximus hebben vaak en op grote schaal in hun respectieve netten geïnvesteerd om de huidige niveaus te bereiken. Dankzij de concurrentie op het vlak van de infrastructuur tussen de verschillende operatoren konden tal van technologische innovaties op de Belgische markt geïntroduceerd worden. In sommige gevallen, zoals dat van interactieve ‘video on demand’ of IPTV, betrof het zelfs primeurs voor Europa.

Als we naar een tijdlijn kijken, zien we dat de technologische innovaties volstrekt niet gesynchroniseerd zijn. Dat logenstraft het scenario van het duopolie: de operatoren hebben hun netten onafhankelijk van elkaar ontwikkeld en de Belgische klanten hebben daarvan geprofiteerd.  (zie Figure 2.6 / 4.8)

Meer keuze dan men denkt

Een ander punt wordt vaak over het hoofd gezien wanneer men het over de Belgische markt van de vaste telecommunicatie heeft: het aantal actoren is inderdaad beperkt, net als in andere landen, maar de keuzemogelijkheden zijn dat niet. Een Belgische klant kan immers tussen twee basistechnologieën kiezen, koper (Proximus) en coaxkabel (Telenet, Voo), terwijl de mobiele toegang dankzij de evolutie van de technologie een steeds leefbaarder en betrouwbaarder alternatief voor de vaste netten is. Die trend zien we nu al (Easy Internet@Home van de groep Orange Belgium, het aantal gezinnen dat alleen een mobiele verbinding heeft ...). De operatoren gaan daarin mee door de volumes mobiele data die ze de klanten aanbieden regelmatig te verhogen.

De klant heeft ook de keuze tussen verschillende soorten diensten: alleen vaste telefonie, alleen vast internet, televisie en internet zonder vaste telefonie... Die keuzevrijheid is in België een realiteit, terwijl dat in het buitenland lang niet het geval is: in België zijn 6 verschillende opties verkrijgbaar, tegenover slechts 3 in Duitsland (uitsluitend double, triple of quadruple play) of 4 in Frankrijk (Vergelijkende studie prijsniveau telecomproducten, BIPT, 2016).

Merk ook op dat een groter aantal concurrenten niet noodzakelijk tot meer concurrentie leidt. We zien trouwens een algemene consolidatietrend in de sector en een vermindering van het aantal leveranciers per land, zowel in Frankrijk als in Spanje of de Verenigde Staten.

Wat de prijs betreft, hoeven de Belgische operatoren zich niet te schamen, gelet op de tevredenheid van hun klanten. Volgens de laatste 'Consumentenbarometer' van het BIPT is niet minder dan 71 % van de Belgen 'tevreden' of 'volledig tevreden' over hun triple play aanbod en is 72 % tevreden over de tarieven van hun triple play aanbod. Merk op dat in Vlaanderen, waar Telenet het leeuwendeel van zijn vaste klantenbasis heeft, 75 % van de consumenten tevreden is over zijn operator.

Een sterke regulering

We moeten ook rekening houden met het feit dat de Belgische mededingingswetgeving bijzonder uitgebreid is en concurrentievervalsing efficiënt bestrijdt. De Belgische consumenten zijn zeer goed beschermd en de concurrentie wordt aangemoedigd. De inwerkingtreding van het koninklijk besluit Easy Switch is daar een mooi voorbeeld van: de tekst maakt een verandering van de operator voor vaste producten (telefonie, internet of televisie) buitengewoon gemakkelijk. Als de klant van leverancier wenst te veranderen, neemt hij gewoon contact op met de nieuwe operator, die alle administratieve en technische stappen op zich neemt en zich ertoe verbindt de onderbreking van de dienst tot het minimum te beperken.

door Thomas Roukens

Regulatory Affairs