Google is jarig! Vieren we over 20 jaar ook de verjaardag van Internet of Things in België?

Google is jarig! Vieren we over 20 jaar ook de verjaardag van Internet of Things in België?

20 jaar geleden zag Google officieel het levenslicht. Honderdduizenden bedrijven werden voor het grote publiek plots ook makkelijk vindbaar op het net. Vandaag staan we opnieuw voor zo’n - mogelijk zelfs nog grotere - technologische revolutie. Want de Internet of Things-trein, waarbij miljarden voorwerpen geconnecteerd worden met het internet, is in volle vaart vertrokken. Het is nu aan de Belgische bedrijven om mee op die trein te springen — voor het écht te laat is.

Sam Schellekens, Senior Business Development Manager Telenet

25 jaar geleden werd het internet opengesteld voor het grote publiek. De eerste grafische browser Mosaic volgde een jaar later en in 1995 stond de eerste commerciële website online: die van PizzaHut. In 1998 werd Google officieel als onderneming geregistreerd. Honderdduizenden bedrijven gingen in de daaropvolgende jaren online. De komst van Google betekende dat je niet langer het volledige webadres in de adresbalk van de browser hoefde te tikken, maar naar websites kon zoeken via trefwoorden en een eenvoudige zoekbalk.

Sindsdien evolueerde het internet razendsnel. Vier jaar geleden telde het web meer dan 8.000 exabyte data of 8 miljard terabyte. Als we die data in boeken zouden omzetten, kunnen we er zestien keer mee naar Pluto en terug. Vandaag gebruiken we met z’n allen elke dag 44 miljard gigabyte data en tegen 2025 zal dat liefst 463 miljard gigabyte zijn. Om maar aan te geven: onze samenleving is de voorbije 25 jaar immens veranderd.Uit een studie van O2 Mobile bleek zelfs dat 96% van de millennials eerder hun tandenborstel dan hun mobiele telefoon met een wildvreemde zouden delen. Het internet - en de daarbij horende komst van de smartphone - zijn het centrum van ons leven geworden. We openen er deuren mee, gebruiken het om te communiceren en tv te kijken, onze bankzaken te regelen of om ons de weg te wijzen.

Tricorder uit 2260? Vandaag realiteit

Vandaag zitten we met ‘Internet of Things’ (IoT) aan het begin van een nieuwe fase. Experts voorspellen dat de impact ervan alles wat we tot nog toe kennen triviaal zal doen lijken. We staan op het punt om de fysische wereld te connecteren met het internet. Dat wil zeggen: de planeet en alles daarop. Van stoelen en vuilnisbakken, over verkeerslichten en straatverlichting tot planten en auto’s.

Dat apparaten met elkaar kunnen communiceren is niet zo nieuw, maar met de komst van big data krijgt alles een nieuwe dimensie. Denk daarbij aan toestellen en apparaten die zich slim aanpassen aan wat wij nodig hebben. Parkeersensoren die al vanop enkele kilometers kunnen aangeven of er nog plaats is, tracksystemen die weten op welke werf het bouwmateriaal ligt, sensoren die de luchtkwaliteit in kantoren meten of de drukte in een straat of winkel. Star Trek speelde zich dan wel af in het jaar 2260. De Tricorder van Dr. McCoy, een toestel dat de omgeving en voorwerpen scande en de bijhorende data analyseerde, lijkt vandaag zo goed als realiteit.

Kat uit de boom

Sommige landen zijn onmiddellijk beginnen te experimenteren met Internet of Things. Zuid-Korea was zo een van de early adopters en heeft volgens cijfers van OESO het meest ontwikkelde Internet of Things van de wereld. Voor elke honderd inwoners zijn er 39,7 apparaten aan het internet gekoppeld. Denemarken en Zwitserland vervolledigen de top drie. België staat op de elfde plaats met 15,6 verbonden toestellen, en moet buurlanden Nederland, Duitsland en Frankrijk voor zich laten gaan.

Ons land doet het dus niet niet erg slecht. Denk bijvoorbeeld aan de stad Antwerpen, dat de ambitie heeft om uit te groeien tot smart city, of aan het plan van Vlaams minister Philippe Muyters om het City of Things-project door te trekken over heel Vlaanderen. Toch stonden veel Belgische bedrijven bij het begin wat voorzichtig en weigerachtig tegenover de technologie. We keken liever de kat uit de boom en observeerden waar anderen fouten maken. Want uiteraard brengt zo’n technologie ook knelpunten met zich mee.

Is er bijvoorbeeld nog zoiets als privacy als alles en iedereen met elkaar verbonden is? Bedrijven en consumenten zullen steeds de afweging moeten maken in welke mate ze verbonden willen zijn en welke gegevens ze daarvoor prijs willen geven. Er zullen ook altijd mensen zijn die andere bedoelingen hebben met die data. Daarom is het ontzettend belangrijk om voldoende te investeren in de veiligheid van je Internet of Things-oplossingen. Sinds dit jaar helpen we als telecomoperator met Telenet Tinx om die duizenden verschillende sensoren met verschillende standaarden slim en handig te laten inspelen op elkaar. En ook cybersecurity is daar een essentieel onderdeel.

Niet blijven talmen

Voorlopig zit IoT voor de consument nog te veel in de gadget-sfeer. Een slimme koelkast of wasmachine, allemaal leuk om te hebben, maar de noodzaak is er nog niet. Maar als steeds meer bedrijven ermee gaan werken, zullen de aantallen verbonden toestellen die met elkaar kunnen communiceren enorm worden en zal de toegevoegde waarde pas duidelijk worden. Ericsson en Gartner verwachten tegen 2020 zo ruim 20 miljard geconnecteerde apparaten. De meeste bedrijven hebben intussen gelukkig door dat de technologie hen kan helpen om hun activiteiten efficiënter te maken. En dat ze nieuwe dingen kunnen leren uit de stroom aan data, om zo hun klantbeleving te verbeteren.

Laat me duidelijk zijn: je hoeft niet altijd de eerste op de markt te zijn. Maar we mogen ook niet blijven talmen. We hebben voldoende voorbeelden gezien. We weten waar de knelpunten liggen en kunnen hier voorzichtig en doordacht mee omgaan. Streef er niet naar om alles van bij het begin perfect te krijgen. De technologie evolueert immers enorm snel, waardoor er tijdens het project voldoende mogelijkheden zijn om aanpassingen te doen. 2018 is het moment om op de Internet of Things-trein te springen. Doen we dat niet, dan verliezen we onze competitiviteit en lijkt het volgende treinstation steeds verder.

Sam Schellekens Senior Business Development Manager Telenet