In future-proof onderwijs is kennis slechts het startpunt

In future-proof onderwijs is kennis slechts het startpunt

De digitale revolutie heeft de manier waarop we werken en leven fundamenteel veranderd. Als je op een veilige en bekwame manier wil omgaan met technologie, internet en sociale media, moet je best wel digitaal geletterd zijn. Wij, en vooral onze kinderen en jongeren, moeten dus nieuwe vaardigheden aanleren. Maar zal dat alleen wel volstaan om sterk te staan in de digitale maatschappij van de 21ste eeuw?

In contact blijven met vrienden en familie, betalingen doen, zelfs files vermijden: het is allemaal zo makkelijk geworden. Slimme technologische toepassingen effenen het pad voor economische en maatschappelijke opportuniteiten en vergemakkelijken op veel manieren ons dagelijks leven. Maar leven en werken in de digitale maatschappij vergt ook een inspanning: we moeten onze digitale vaardigheden voortdurend aanscherpen. Want actief deelnemen aan de kennismaatschappij vraagt niet alleen om sterke digitale competenties maar ook om nieuwe sociale en cognitieve vaardigheden. Probleemoplossend kunnen denken, creatief zijn, weten hoe je onderhandelt en hoe je samenwerkt met anderen: zonder deze ‘21st century skills’ loop je verloren in de digitale maatschappij van vandaag en morgen.

We gaan er vaak van uit dat vooral de oudere generaties achterophinken in het digitale tijdperk en dat kinderen en jongeren – digital natives par excéllence – helemaal mee zijn.

Maar is dat wel zo? 

In mei werden de recentste resultaten van het Apestaartjaren-onderzoek bekendgemaakt. Dat is een tweejaarlijkse bevraging van Mediaraven, Mediawijs en de onderzoeksgroep imec-MICT van de Universiteit Gent. Wat blijkt? Kinderen en jongeren zijn erg actieve mobiele mediagebruikers. Hun online en offline wereld zijn sterk met elkaar verweven en de smartphone vormt daarbij een belangrijke schakel. De meeste jongeren zijn amper twaalf jaar als ze hun eerste eigen smartphone in handen krijgen.

Actieve mediagebruiker = bekwame mediagebruiker?

Ja, kinderen en jongeren zijn dus overtuigde mediagebruikers, maar dat betekent nog niet dat ze ook digitaal vaardig zijn. De onderzoekers roepen daarom op om in te zetten op de mediageletterdheid en digitale competenties van jongeren, maar ook om de weerbaarheid van kinderen te versterken. Ze raden daarom aan om digitale media actief te gebruiken bij heel wat spel-en leeractiviteiten. Zowel thuis als op de schoolbanken.

De vraag is alleen: kan het onderwijs de nood aan die nieuwe vaardigheden wel volgen? Stomen wij onze kinderen en jongeren voldoende klaar voor de professionele en maatschappelijke uitdagingen? Jammer genoeg niet. Digital runs the world, maar nog niet op de schoolbanken. 

Kennis is niet de heilige graal

Geen future-proof onderwijs, dus geen future-proof afgestudeerden. Tenzij we de digitale transformatie en de lessen die we eruit trekken, écht gaan toepassen in het onderwijs. Wat we alvast hebben geleerd, is dat pure kennis vergaren niet langer de heilige graal is voor een succesvolle toekomst. En dat het ook niet volstaat om je digitale vaardigheden bij te schaven.

Om écht future-proof te zijn, moet je weten hoe je je kennis en vaardigheden optimaal kan inzetten. Via actieve betrokkenheid en ondernemerschap. Met passie, gedrevenheid, weerbaarheid en wendbaarheid. Het stimuleren van die sociale of soft skills zou een van de speerpunten moeten zijn van kwalitatief onderwijs vandaag. Door digitale activiteiten op een effectieve manier in te zetten, bevorder je de creativiteit van leerlingen en moedig je hen aan om samen te werken en probleemoplossend te denken. Buitenschoolse activiteiten zoals Coderdojo Belgium tonen alvast de weg: zij organiseren doe het zelf workshops waar kinderen en jongeren creatief aan de slag gaan met digitale tools en samen websites bouwen, spelletjes ontwikkelen en robots programmeren. Waarom zou dat ook niet kunnen op school? 

Kop boven het maaiveld

Maar er is meer. Inzetten op de kenniseconomie betekent ook dat je inzet op talent en kinderen laat excelleren. Mikken naar de middenmoot is de onderwijsnorm. Onderwijsdeskundigen in het Vlaams onderwijsdebat noemen dat de ‘zesjescultuur’. Maar zo creëren we niet de unieke individuen die straks het mooi weer moeten maken.

Slimme kinderen en jongeren zouden geen schroom moeten voelen als ze de kop boven het maaiveld willen steken. Initiatief en ondernemingszin zouden bij hen extra gestimuleerd en gevierd moeten worden. Maar cognitief minder sterke kinderen die het op school wat moelijker hebben, hoeven daarom nog niet achter te blijven. Ook zij moeten volop de kans krijgen – en actief gestimuleerd worden – om die vaardigheden te ontwikkelen waarin ze goed zijn.

In het onderwijs van de 21ste eeuw moet ieder kind kunnen leren op zijn eigen ritme, en dat vraagt om een persoonlijke aanpak. Digitale toepassingen én top leerkrachten zijn het ideale kader voor een gedifferentieerd leertraject op maat, dat elk kind en iedere jongere toelaat zijn potentieel te ontdekken en zichzelf maximaal te ontplooien.

De digitale transsformatie van het onderwijs heeft wat weg van een Copernicaanse revolutie: aartsmoeilijk, maar een noodzakelijke maatschappelijke opdracht die enkel succesvol kan zijn als alle actoren zich actief inzetten. Ze moeten de verandering willen zien en voelen. Dat vraagt ambitie, visie, creativiteit, daadkracht, passie en gedrevenheid. 21st century skills dus.

door Ann Caluwaerts Chief Corporate Affairs at Telenet