Telecomtarieven: elke vergelijking gaat mank

Telecomtarieven: elke vergelijking gaat mank

Net als de discussie over de concurrentie laait de discussie over de te hoog geachte prijzen van de telecomaanbiedingen in België heel vaak weer op. Beide discussies houden trouwens verband met elkaar: Men denkt dat het normaal is dat de prijzen kunstmatig hoog worden gehouden door de operatoren. Deze opvatting hebben we al ontzenuwd (lees: de Belgische telecommarkt is concurrentiëler dan men denkt) . Nu rest nog de prijzenkwestie.

Appelen met peren vergelijken

Het eerste argument dat wordt aangevoerd door degenen die de telecomtarieven in België aan de kaak stellen: ze zouden vooral hoger zijn dan in onze buurlanden, en met name Frankrijk. Oké, gemiddeld is een Belgische Triple Play-aanbieding inderdaad aanzienlijk duurder dan wat een speler als Free in Frankrijk aanbiedt. We hebben het alleen niet over precies hetzelfde als we kijken naar de kwaliteit en – vooral – de beschikbaarheid van diensten. Zo is een internetverbinding met een snelheid van 30 Mbps slechts beschikbaar voor 50% van de Franse huishoudens tegenover vrijwel alle Belgische huishoudens.

Nog opvallender: in 2016 had slechts 16% van de huishoudens in Frankrijk daadwerkelijk een abonnement met een internetsnelheid van meer dan 30 Mbps, tegenover 80% in België. Voor deze kwaliteit en beschikbaarheid van diensten zijn zeer grote investeringen nodig. Investeringen die rendabel gemaakt moeten worden. Voor klanten die op zoek zouden zijn naar een ‘voordeligere’ oplossing, is het bovendien goed om eraan te herinneren dat er alternatieve operatoren bestaan. De keuze voor de Belgische consument is lang niet zo beperkt als vaak wordt gezegd. Breedbandinternetabonnementen zonder andere producten zijn in België trouwens interessanter dan in het buitenland: gemiddeld € 27,62 tegenover € 39,68 in Frankrijk, volgens een onderzoek van het BIPT.

De snelheid waarmee technologische ontwikkelingen in de Belgische markt worden doorgevoerd, ligt daarnaast veel hoger dan in markten die toch als efficiënt worden beschouwd, zoals Nederland en Duitsland. Wat betreft internetkwaliteit “ligt België tien tot vijftien jaar voor op Duitsland”, zoals Carsten Brzeski, Chief Economist van ING Bank voor Duitsland, de ECB en de eurozone onlangs uitlegde (De Standaard, 16 december 2017).

Een van vele uitgaven

Laten we ons toch eens voorstellen, al is het maar even, dat de prijzen in België daadwerkelijk kunstmatig hoger zouden zijn dan in de buurlanden. Hoe zit het dan met het aandeel van de post ‘telecom’ in het budget van een huishouden? Is de wanverhouding daarin te herkennen? Volgens de laatste cijfers van Eurostat vormen de telecomuitgaven gemiddeld 2,2% van het budget van een Belgisch huishouden. Dat aandeel is echt beperkt en vooral lager dan voor de huishoudens in de buurlanden (2,6% in Frankrijk, 2,9% in Duitsland en 3,2% in Nederland). Maar het is de laatste tien jaar vooral gedaald, terwijl de posten ‘energie’ en ‘voeding’ een steeds groter deel van het budget opslokken.

Deze gegevens lijken erop te wijzen dat de tarieven in België overeenkomen met de kosten van levensonderhoud in ons land. In dit verband mogen we overigens niet vergeten dat twee typisch Belgische factoren – het hoge btw-percentage en de bijzonder hoge loonkosten – meewegen in de telecomtarieven die eindgebruikers betalen en dat de telecomsector een belangrijke werkgever is.

Maatschappelijke keuze

Laten we nog eens kijken naar Frankrijk, dat altijd als voorbeeld wordt aangevoerd door degenen die beweren dat de telecomtarieven te hoog zijn in België. In Frankrijk heeft de regelgever (ARCEP) een belangrijke rol gespeeld bij de opkomst van de operator Free en de aardverschuiving die daarop volgde. Door met steun van de ARCEP letterlijk de prijzen te breken, heeft Free ook de markt opengebroken, waardoor de grote spelers in de sector zodanig in de problemen kwamen dat ze het ene na het andere massaontslag aankondigden. Deze verzwakte spelers konden dan ook overgenomen worden en hebben nu moeite met de investeringen die nodig zijn om de netwerken van de toekomst uit te rollen, terwijl de dekkingsachterstand slechts heel langzaam wordt weggewerkt. Weliswaar lagere prijzen, maar minder kwaliteit, minder banen en minder perspectieven: is dat werkelijk wat we willen op de Belgische markt?

door Geert Vochten

Regulatory Affairs